Heidetuin


Heide en haar familie (Ericaceae) houden van zure grond. Gronden met een hoge zuurgraad zijn veengronden, en daardoor zijn ze zeer geschikt voor het aanleggen van een heidetuin. Door tuinturf door de bovengrond heen te werken kan de grond zuurder gemaakt worden. Een flinke lading koemest maakt de grond ook enigszins zuur.

Het is mogelijk om elk seizoen bloeiende heide in de tuin te hebben. De bladkleur van heide is ook erg belangrijk. Na de bloei kunnen groepjes met donkergroene en lichtgroene struikjes een mooi contrast vormen met de bloeiende soorten. De heidestruikjes moeten na de bloei teruggeknipt worden. Dit is nodig om mooie jonge bloeirijke pollen te houden. Als de heide niet teruggesnoeid wordt gaan de takken verhouten.

Klik op een foto voor een vergroting
 

De jonge scheuten groeien over de grond in en door elkaar en na enkele jaren is er alleen een warreboel van halfdode door elkaar gegroeide takken te zien. Het gevolg is dat er nieuwe heide aangeplant moet worden. Bij goed en regelmatig snoeien gaan de planten jarenlang mee en blijven ze goed in model. Bij een heidetuin moet gekozen worden voor een beplanting die goed bij het geheel past. Alle Ericaceae soorten zijn geschikt als aanvullende beplanting. Enkele soorten zijn o.a. Rhododendron, Pieris, Azalea en Skimmia. Voor de hogere beplanting zijn conifeersoreen geschikt. Als aanvulling tussen de heesters kunnen grassoorten gebruikt worden.

Vaste plantensoorten laten zich moeilijk combineren in een heidetuin. Bij een heidetuin horen natuurlijke materialen. Een pad van boomschors zal mooi passen in een heidetuin, evenals een tuinafscheiding van ruwe planken. Een kleine glooiing kan een leuk effect geven, vooral in combinatie met een vennetje.